wat is het?

Ratjetoe aan onderwerpen

Open data behelst een ratjetoe aan onderwerpen, zoals storingen in het elektriciteitsnet, de kwaliteit van het zwemwater, de precieze plek van openbare toiletten in Nederlandse gemeenten, begrotingsgegevens, werkloosheidsstatistieken, de vaarwegen, archeologische vindplaatsen of de uitrukberichten van de brandweer Amsterdam-Amstelland.

Het zijn publieke, geanonimiseerde gegevens bedoeld voor hergebruik door burgers, bedrijven en organisaties.  Ouders zien welke scholen volgens de onderwijsinspectie goed scoren, bedrijven gebruiken weergegevens van het KNMI voor regenwaarschuwingen en culturele organisaties tonen hun collecties in Open Cultuur Data.

Hoeveel gegevens?

Hoeveel databanken van de Nederlandse overheid zijn er? Dat is onbekend. Er is niet eens een enigszins betrouwbare schatting te geven. De reden? Er is “geen echt duidelijke omschrijving van wat onder overheid moet worden verstaan”, zegt het kabinet.

Het enige, verouderde cijfer, dateert uit 2009: er zijn zeker 3500 overheidsdatabases met daarin meer dan 5000 personen, bijvoorbeeld het biometrische paspoort, de Verwijsindex Risicojongeren, nationale en allerlei andere digitale profielen van burgers. Veel van dit materiaal is niet toegankelijk voor journalisten.

Niet alle informatie is gratis, zoals toegang tot het handelsregister van de Kamer van Koophandel of het kadaster .  De meest succesvolle toepassingen van open data zijn vaak regionaal gebonden: wat is het weer in deze straat, waar zitten de beste scholen in mijn buurt, waar vind ik een openbaar toilet, welke bouwbesluiten zijn er genomen, welke liften zitten vaak vast, hoeveel gaslekken zijn er of hoeveel allochtonen wonen er in mijn wijk.

Waar komen de gegevens vandaan?

De data is door de overheid verzameld bij de uitvoering van een publieke taak en gefinancierd met publieke middelen.  Open data moet voldoen aan ‘open standaarden’ : het moet bij voorkeur door een computer kunnen worden gelezen.  Het bestand moet zo worden aangeboden dat het gemakkelijk vergeleken en bestudeerd kan worden. In de praktijk valt de uitwisselbaarheid nog tegen, maar langzamerhand ontstaat er meer animo om data in bruikbare vorm openbaar te maken.

Hoe wordt het aangeboden?

Favoriete bestandsformaten van de overheid zijn CSV, XLS en PDF’s. Met alleen de eerste twee kun je direct aan de slag in Excel.

Een handjevol overheidsbronnen probeert data te visualiseren, zoals de De Nieuwe Kaart (totaaloverzicht van geplande ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland) en  het Nationaal GeoRegister een portaal voor geografische informatie.

Op CBS In Uw Buurt kunnen gebruikers zelf hun eigen kaartjes maken op grond van zelf gekozen statistieken. Handig is dat de geselecteerde data geëxporteerd kunnen worden naar Excel.

 

Laat wat van je horen

*