Narrativiteit van data

 

De vraag wie of wat het verhaal vertelt, staat centraal in het artikel ‘Narrative Visualization: Telling Stories with Data’ van Edward Segel en Jeffrey Hee. Zij onderscheiden drie vormen van verhalen: een auteur gedreven verhaal, een lezer gedreven verhaal of een tussenvorm.

Op welke manier visualiseren de media informatie? Download het overzicht.

Deze keuze beïnvloedt volgens hen de narrativiteit van een verhaal. Een auteur gedreven verhaal volgt volgens hen een lineair pad, zonder mogelijkheden tot interactie. Een lezer gedreven verhaal is vaak niet lineair; de gebruiker kiest zijn eigen pad. In de tussenvorm trekt een auteur conclusies op basis van data, maar is er ook ruimte voor interactie.

De verschillen tussen auteur gedreven verhalen, lezer gedreven verhalen en de tussenvorm vatten Segel en Heer samen in drie narratieve schema’s: de Martiniglas-structuur, de interactieve slideshow en het Drill-Down-verhaal.

 

Martiniglas-structuur

Deze structuur begint met een auteur gedreven aanpak. De auteur stelt vragen waarop hij antwoord wil geven, observeert en schrijft een conclusie voordat hij een dataset of visualisatie van de dataset introduceert. De dataset of visualisatie vertelt een eenduidig verhaal (het pootje van het Martiniglas), maar biedt tevens een lezer gedreven onderdeel, waar verschillende paden gevolgd kunnen worden (het driehoekige glas).

Een voorbeeld hiervan is een verhaal van de Washington Post over de uitkomsten van een Klimaatconferentie in Cancun in 2010. De journalisten geven een leidraad voor het verhaal mee: een overzicht van de voor hen belangrijkste beslissingen en uitkomsten. Daarnaast biedt het verhaal een aantal interactieve visualisaties, bijvoorbeeld over de uitstoot van vervuilende gassen. De lezer kan deze informatie combineren en op basis van feiten zien of zijn eigen denkbeelden overeenkomen met die van de journalist.

Figuur 6. De Washington Post verhaalt over de Klimaatconferentie in Cancun 

 

Figuur 7.  De lezer kan op basis van deze informatie zien of zijn eigen denkbeelden overeenkomen met die van de journalist 

 

Interactieve slideshow

Deze structuur biedt een slideshow met een vorm van interactie op iedere slide. Deze structuur biedt de gebruiker de mogelijkheid om verschillende onderdelen van de presentatie te exploreren voordat hij naar een volgend verhaalonderdeel gaat. In tegenstelling tot de Martiniglas-structuur stelt de interactieve slideshow de gebruiker in de gelegenheid om stap voor stap een verhaal te ontdekken, zonder aan het einde in één keer in het diepe te worden
gegooid.

Een voorbeeld hiervan is het verhaal uit The New York Times in 2010 waarin de voorspellingen over het begrotingstekort door de overheid worden vergeleken met het werkelijke tekort. De voorspellingen blijken te optimistisch. Per periode kan de gebruiker kijken welke voorspellingen er zijn gedaan en hoe die afweken van wat er werkelijk gebeurde, waarna het totale plaatje ontstaat. De slideshow vormt het grotere verhaal over een langere tijd, de slides bevatten de periodes die de lezer gedetailleerder kan bekijken.

Figuur 8. De slideshow van The New York Times toont het verhaal over langere tijd 

Drill-Down-verhaal

In deze structuur kiest de gebruiker meteen zijn verhaal na aanreiking van een generiek thema. Deze vorm is lezer gedreven; hij bepaalt wat hij wil zien. Toch denkt een journalist bij deze structuur na over de vraag welke informatie hij interactief aanbiedt, waardoor er toch een vorm van selectie aan het verhaal voorafgaat.

Figuur 9. Na een korte inleiding bepaalt de gebruiker zelf welk pad hij volgt 

 

 

Laat wat van je horen

*